Van Ajax naar PSV: hoe clubgevoel voor deze cabaretier omsloeg

Supporterschap voelt vaak als iets vasts. Iets waar je niet zomaar aan sleutelt, laat staan van afwijkt. Zeker in Nederland, waar clubgevoel diep kan zitten en waar het wisselen van kamp voor veel supporters bijna aanvoelt als verraad. Juist daarom valt het verhaal van Theo Maassen op. Niet alleen omdat hij ooit Ajax een warm hart toedroeg en later bij PSV uitkwam, maar vooral omdat hij vrij helder uitlegt waarom dat gebeurde.

(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Van Ajax naar PSV: hoe clubgevoel voor deze cabaretier omsloeg

In gesprek met het Algemeen Dagblad vertelt Maassen dat hij Ajax tot de Champions League-winst van 1995 steunde, maar daarna begon af te haken. De reden zat voor hem niet in een paar verloren wedstrijden of in een speler die vertrok. Het zat in het gevoel dat de club volgens hem over zichzelf uitstraalde. Hij zag een Ajax dat zichzelf iets te veel begon te bewonderen. Dat ging hem tegenstaan.

Dat is interessant, omdat het meteen duidelijk maakt dat dit geen klassiek rivaliteitsverhaal is. Maassen zegt niet simpelweg: ik was voor Ajax en toen werd ik voor PSV. Hij beschrijft eerder een vervreemding. Een moment waarop de band met een club niet meer vanzelfsprekend voelde, omdat het beeld rond die club begon te schuren met wat hij zelf nog aantrekkelijk vond.

Theo Maassen haakte af op het gevoel rond Ajax

Precies daar zit de kern van zijn verhaal. Maassen zegt dat ze het bij Ajax “wel erg hoog in hun bol begonnen te krijgen”. Hij verwijst daarbij naar stropdassen met nummer 1 erop en naar de toon die hij rond de club zag ontstaan. Dat soort details lijken klein, maar in clubbeleving zijn ze vaak allesbepalend.

Want supporters verbinden zich zelden alleen aan spelers of uitslagen. Ze verbinden zich ook aan sfeer, houding en uitstraling. Aan het idee dat een club iets vertegenwoordigt waar je jezelf in herkent, of op zijn minst prettig bij voelt. Zodra dat kantelt, kan de liefde ineens veel minder vanzelfsprekend worden.

Bij Maassen lijkt precies dat gebeurd te zijn. Ajax werd voor hem niet minder interessant door het voetbal op zichzelf, maar door wat er volgens hem omheen begon te hangen. Een gevoel van borstklopperij, van zelfgenoegzaamheid misschien ook. Zulke dingen zijn lastig meetbaar, maar voor supporters wel vaak heel echt.

Een losse observatie: mensen stappen zelden over van club omdat ze opeens ergens anders mooier voetbal zien. Veel vaker haken ze af op een gevoel dat langzaam niet meer past.

Van Ajax naar clubloos en uiteindelijk richting PSV

Wat zijn verhaal ook aardig maakt, is dat hij die overstap niet neerzet als een abrupte draai. Hij zegt juist dat hij eerst een tijd clubloos was. “Een soort van genderneutraal”, zoals hij het zelf met een grap inkleedt. Ook dat past ergens wel bij de manier waarop clubgevoel in werkelijkheid werkt. Dat schuift vaak niet in één beweging door van A naar B.

Er zit meestal een tussenfase tussen. Een periode waarin iemand wel naar voetbal kijkt, maar zich niet echt ergens aan vast wil maken. Of simpelweg merkt dat het oude gevoel weg is zonder dat er meteen een nieuw gevoel voor in de plaats komt.

Bij Maassen kwam PSV later op die plek. Hij koppelt dat zelf ook aan zijn kennismaking met Berry van Aerle, oud-verdediger van de club. Dat is een interessant detail, omdat het laat zien hoe clubgevoel ook via mensen kan verschuiven. Niet alleen via prestaties of historie, maar via figuren die een bepaald soort club vertegenwoordigen.

Daarmee werd PSV voor hem kennelijk meer dan een alternatief voor Ajax. Het werd een plek waar hij zich prettiger bij voelde. Minder opgeblazen, meer passend, zo lijkt het tussen de regels door.

(Tekst gaat verder na de video)

PSV werd voor Maassen een club waar hij zich beter in herkende

Dat is misschien het meest veelzeggende deel van zijn verhaal. Supporterschap draait uiteindelijk om herkenning. Niet alleen om winnen, niet alleen om rivaliteit, maar om de vraag of een club iets oproept waar je graag onderdeel van wilt zijn.

Bij PSV vond Maassen dat blijkbaar meer dan bij Ajax van dat moment. Hij zegt in het interview dat hij het heerlijk vindt als PSV-supporter en dat het van hem nog jaren zo mag blijven duren. Daar spreekt niet alleen plezier uit, maar ook opluchting. Alsof hij na een periode van afstand weer ergens is beland waar het voetbalplezier klopt met het gevoel eromheen.

Dat is geen klein verschil. Zeker niet omdat hij veel in Amsterdam komt voor zijn werk en juist nu geniet van deze periode als PSV’er. Daar zit vanzelfsprekend wat plagerij in, maar ook iets oprechts. Het wijst erop dat zijn keuze allang niet meer iets tijdelijk of ironisch is. PSV is voor hem echt een thuisbasis als supporter geworden.

En dat maakt het verhaal groter dan een leuke quote. Het laat zien dat clubgevoel minder star is dan supporters soms willen toegeven. Je kunt je ergens van verwijderen. En je kunt ook ergens opnieuw belanden.

Ajax en PSV staan in dit verhaal ook voor twee soorten clubbeleving

Natuurlijk moet je oppassen om één persoonlijk verhaal meteen als algemeen beeld van twee clubs neer te zetten. Theo Maassen spreekt voor zichzelf, niet voor heel Nederland. Toch raakt hij wel aan iets dat herkenbaar is in de manier waarop mensen over clubs praten.

Ajax wordt al jaren bewonderd, maar roept buiten Amsterdam ook geregeld weerstand op vanwege het imago dat rond de club hangt. PSV wordt vaker gezien als nuchterder, minder bezig met uitstraling en meer met functioneren. Dat zijn clichés, zeker, maar clichés ontstaan meestal niet helemaal uit het niets.

Maassen lijkt precies in dat spanningsveld terechtgekomen te zijn. Hij haakte af op het beeld van Ajax en vond later aansluiting bij een club die hem qua gevoel beter lag. Dat wil niet zeggen dat PSV objectief bescheidener is of dat Ajax per definitie te veel naast zijn schoenen loopt. Zo simpel is voetbalcultuur niet. Maar het zegt wel iets over hoe sterk beeldvorming meespeelt in supporterschap.

En daar zit de bredere laag van dit verhaal. Het gaat niet alleen over Theo Maassen, Ajax en PSV. Het gaat ook over hoe supporters hun club kiezen, verliezen en soms opnieuw vinden.

Waarom het verhaal van Theo Maassen meer is dan een losse supportersquote

Juist omdat supportersclubliefde vaak als heilig wordt gezien, klinkt elk verhaal over overstappen meteen opvallend. Maar in werkelijkheid zijn zulke verschuivingen minder zeldzaam dan ze lijken. Mensen veranderen, clubs veranderen, het gevoel rond een club verandert mee.

Wat Maassen hardop zegt, zullen anderen misschien nooit zo openlijk toegeven. Dat ze ooit iets hadden met een club, daar langzaam op afknapten en later elders iets vonden dat beter voelde. Alleen al daarom blijft deze quote hangen.

Niet omdat hij zo fel uithaalt, maar omdat hij iets benoemt wat in voetbal vaak liever wordt verstopt achter loyaliteitstaal. Alsof supporterschap alleen maar puur en vast mag zijn. Terwijl het in de praktijk soms juist rommelig, persoonlijk en beweeglijk is.

Maassen maakt daar geen zwaar verhaal van. Hij vertelt het met humor, met lichtheid, maar ook met genoeg duidelijkheid om te laten voelen dat hij het meent. En precies daardoor werkt het.

Oproep Bounida voelt voor Driouech als duidelijk signaal

Van Götze tot Sterling: statementtransfers in Nederland
Hoe Ajax via Rayane Bounida toch waarde creëert
Grootste cultheleden in de geschiedenis van Feyenoord
Huiberts’ erfenis in cijfers bij AZ: 18 toptransfers