Hoe Koeman experimenteert met Koopmeiners als partner van Dumfries
Inhoudsopgave
Bij Oranje is de rechterflank al langer een puzzel, maar misschien is dat eigenlijk net te vriendelijk uitgedrukt. Ronald Koeman zoekt daar niet alleen naar een naam, hij zoekt naar een werkende relatie. Naar een speler die Denzel Dumfries niet in de weg loopt, maar juist groter maakt. Tegen Noorwegen kwam daar een nieuwe variant bij: Teun Koopmeiners, op papier rechtsbuiten, in de praktijk iets heel anders.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Dat maakte deze keuze direct interessant. Niet omdat Koopmeiners plotseling dé nieuwe rechterspits van Oranje zou zijn, maar omdat zijn rol iets blootlegde van wat Koeman daar blijkbaar mist. De bondscoach heeft in zijn tweede termijn al veel combinaties geprobeerd op die flank. Volgens de cijfers van Opta zelfs vijftien verschillende basiskoppels. Dat zegt genoeg. Oranje heeft rechts veel opties, maar nog altijd geen vaste vorm gevonden.
En dus wordt er getest. Soms met snelheid, soms met diepte, soms met een speler die liever naar binnen komt. De nieuwste poging met Koopmeiners laat zien dat Koeman misschien steeds minder zoekt naar een klassieke buitenspeler, en steeds meer naar de ideale partner voor Dumfries.
Denzel Dumfries is bij Oranje de constante factor op rechts
De belangrijkste constatering is eigenlijk vrij simpel: Dumfries blijft staan. Of in elk geval, hij blijft het anker van die rechterkant. Koeman is loyaal aan spelers die in Oranje hebben geleverd, en Dumfries hoort al jaren bij die categorie. Zijn energie, zijn loopacties, zijn drang om in de zestien op te duiken: dat zijn inmiddels vaste onderdelen van het Nederlands elftal.
Daarmee verandert ook de vraag op rechts. Het gaat minder om wie daar individueel de beste speler is, en meer om wie het best werkt naast Dumfries. Dat klinkt als een nuance, maar het is een wezenlijk verschil. Een rechtsbuiten bij Oranje hoeft in deze constructie niet per se zelf de lijnspeler te zijn. Hij moet vooral begrijpen wanneer hij ruimte moet laten, wanneer hij moet inzakken en wanneer hij de balans moet bewaken als Dumfries vertrekt.
Precies op dat punt is de zoektocht van Koeman zo interessant. Want veel spelers hebben kwaliteiten voor die rol, maar niet allemaal in dezelfde vorm. Xavi Simons brengt creativiteit en extra voetbal naar binnen. Donyell Malen brengt diepte en dreiging. Jeremie Frimpong brengt pure snelheid en chaos. Koopmeiners bracht tegen Noorwegen vooral structuur.
Dat viel op.
Oranje vond met Koopmeiners en Dumfries een andere balans
Koopmeiners speelde niet als een ouderwetse rechtsbuiten. Dat zou ook niet logisch zijn. Hij is een middenvelder die denkt in passing, in positie kiezen en in timing. Juist daardoor kreeg Dumfries ruimte om te doen waar hij sterk in is: hoog komen, buitenom denderen en in de aanval verschijnen zonder dat de hele rechterkant open komt te liggen.
Koopmeiners schoof vaak naar binnen, als extra man op het middenveld. Zelf zei hij na afloop dat hij daar waardevol kon zijn, juist omdat Oranje dan meer spelers had voor korte combinaties en door kon voetballen. Koeman zag hetzelfde. Volgens de bondscoach werkte het goed dat Teun een extra middenvelder werd, terwijl Dumfries hoger aan de buitenkant bleef.
Dat is precies de reden waarom dit experiment meer was dan een vondst voor één avond. Het was een poging om de rechterkant minder afhankelijk te maken van losse ingevingen en meer van onderlinge logica. Dumfries kreeg de flank. Koopmeiners gaf hem die flank ook echt.
Een losse observatie: soms voelt een onlogische keuze pas logisch zodra de wedstrijd begint. Dit was zo’n avond.
Waarom Koeman op rechts iets anders zoekt dan op links
Op links lijkt Oranje al een stuk dichter bij duidelijkheid. Daar is met Cody Gakpo en Micky van de Ven in principe helder welke tandem op het WK zou kunnen starten. Op rechts is dat anders. Niet omdat er geen kwaliteit is, maar omdat de rollen daar anders in elkaar grijpen.
Dumfries is een speler die zones claimt. Hij speelt zijn beste interlands als hij met overtuiging naar voren kan. Dan moet de speler voor hem niet hetzelfde willen doen in dezelfde strook. Daar liep het in eerdere pogingen met Frimpong bijvoorbeeld geregeld op vast. Niet omdat Frimpong geen geweldige speler is, maar omdat hij en Dumfries vaak instinctief in dezelfde ruimte uitkomen.
Dat probleem heb je minder met Koopmeiners. Die zoekt van nature andere plekken op. Hij denkt eerder aan binnenkant dan aan buitenkant, eerder aan aansluiting dan aan explosie in de diepte. Daardoor werd de rechterflank van Oranje tegen Noorwegen minder wild en misschien ook betrouwbaarder.
Dat laatste kan op een eindtoernooi zwaar wegen. Koeman weet dat ook. In groepswedstrijden en knock-outduels heb je niet alleen spelers nodig die iets openbreken, maar ook spelers die het elftal heel houden. Koopmeiners past in dat tweede beeld misschien beter dan sommige andere kandidaten.
Frimpong, Simons en Malen blijven wel onderdeel van dezelfde puzzel
Dat maakt de concurrentiestrijd niet ineens beslist. Zeker niet. Tegen Ecuador zal Jeremie Frimpong weer minuten krijgen als rechteraanvaller, en dat is logisch. Hij brengt kwaliteiten die Koopmeiners niet heeft. Snelheid over grote afstand, direct gevaar, het vermogen om een tegenstander in een paar seconden achteruit te dwingen.
Ook Simons en Malen blijven serieuze opties. Simons kan net als Koopmeiners naar binnen spelen en extra voetbal toevoegen. Malen is gevaarlijker in de diepte en kan meer als echte aanvaller denken. Het punt is alleen dat elke keuze op rechts tegelijkertijd ook een keuze is voor wat Dumfries mag zijn.
Daarmee wordt de partner van Dumfries bijna automatisch een tactische keuze. Kies je voor controle, dan kom je sneller bij Koopmeiners uit. Kies je voor pure dreiging, dan kijk je sneller naar Frimpong of Malen. Kies je voor een mix van creativiteit en ritme, dan blijft Simons in beeld.
Koeman experimenteert dus niet alleen met namen, maar met identiteiten van die rechterkant.
Koopmeiners kan voor Oranje een WK-optie worden door Dumfries
Dat is misschien de belangrijkste opbrengst van deze interland. Niet dat Koopmeiners nu definitief rechtsvoor staat, maar dat hij een geloofwaardige oplossing is geworden in een vraagstuk dat Koeman al lang bezighoudt. En dat komt voor een groot deel door Dumfries.
Want zolang Dumfries de vaste factor blijft, zal Oranje blijven zoeken naar iemand die zijn sterke punten vrijmaakt in plaats van begrenst. Koopmeiners deed dat tegen Noorwegen. Hij liep niet in dezelfde baan, hij vulde niet dezelfde ruimtes, hij maakte het veld voor Dumfries eigenlijk groter.
Daarmee heeft Koeman er richting het WK een serieuze variant bij. Eentje die misschien minder spectaculair oogt dan sommige andere opties, maar in toernooivoetbal wel eens veel waard kan blijken. Betrouwbaarheid is zelden het spannendste woord in voetbal. Op eindtoernooien is het vaak ineens een heel belangrijk woord.
De rechterkant van Oranje is dus nog niet klaar. Die conclusie blijft staan. Maar het experiment met Koopmeiners voelde wel als een poging met een duidelijke gedachte erachter. En dat is, na al die wisselende duo’s, op zichzelf al veelzeggend.



