Ajax wilde Kaplan gebruiken in deal, nu stijgt zijn waarde bij NEC
Inhoudsopgave
Toen Ajax probeerde door te pakken voor Kodai Sano was Ahmetcan Kaplan nadrukkelijk onderdeel van het plan. Ajax zou ongeveer tien miljoen euro betalen en tegelijk de transferrechten van de verhuurde verdediger definitief bij NEC onderbrengen, waarmee Kaplan grofweg op vijf miljoen werd gewaardeerd. Dat klonk toen logisch. Inmiddels voelt dat bedrag al minder vanzelfsprekend.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Kaplan is in Nijmegen namelijk een speler die zichtbaar waarde toevoegt. Niet alleen omdat hij minuten maakt, maar vooral door de manier waarop hij dat doet. Tegen PSV in de beker, in een wedstrijd waarin NEC het duel fysiek en tactisch ontregelde, viel opnieuw op hoe prettig Kaplan zich lijkt te voelen in het systeem van Dick Schreuder. Henk Spaan schreef in Het Parool zelfs dat PSV’ers aan het trillen werden gebracht door de manier waarop Kaplan doorduwde aan de linkerbinnenkant. Dat is misschien stevig aangezet, maar het beeld was helder.
NEC en Dick Schreuder geven Kaplan precies de juiste rol
Bij NEC speelt Kaplan als linker centrale verdediger in een driemansachterhoede. Dat is iets anders dan simpelweg een mandekker links in het centrum zetten. In balbezit schuift NEC vaak door naar een vorm waarin die linker centrale verdediger ook ruimte krijgt om in te dribbelen, richting linksmidden of zelfs bijna linksvoor. Kaplan heeft daar de traptechniek en het lef voor.
Dat is de kern van zijn groei in Nijmegen. NEC gebruikt hem niet alleen om duels uit te vechten, maar ook om het spel open te breken. Hij mag meters maken, een man uit positie trekken en de eerste lijn overslaan. Voor een linkspoot met zijn profiel is dat een aantrekkelijke etalage.
En het helpt dat NEC een atypische ploeg is. Onder Schreuder zit er veel beweging in de veldbezetting, met een 3-4-2-1 die in balbezit opschuift en van vorm verandert. In zo’n elftal vallen verdedigers sneller op die aan de bal durven. Kaplan is er daar één van.
Ajax zag Kaplan eerst als ruilmiddel, niet als hoofdverhaal
Daar zit de verschuiving. Bij Ajax werd Kaplan eerder dit jaar vooral genoemd als onderdeel van een grotere transferconstructie. Dat is zakelijk te verklaren. Hij lag nog vast tot medio 2027, had in Amsterdam niet overtuigend doorgebroken en NEC had belangstelling voor een blijvende oplossing. In zo’n geval wordt een speler al snel een rekeneenheid. Alleen werkt voetbal niet altijd zo netjes. Zodra een speler wekelijks presteert, verandert de toon. Dan ben je niet langer “vijf miljoen in een pakket”, maar weer gewoon een verdediger met eigen marktwaarde, eigen perspectief en misschien ook andere gegadigden.
Dat is voor Ajax een lastige ontwikkeling. De club betaalde in 2022 ongeveer 9,5 miljoen euro aan Trabzonspor voor Kaplan. Daarna zat zijn periode in Amsterdam vol blessureleed, stilstand en twijfel. Juist daarom was een uitleenbeurt logisch. Maar als hij nu opveert, wordt ook de vraag scherper wat Ajax eigenlijk met hem wil.
De beker tegen PSV liet zien waarom Kaplan weer interessant wordt
De halve finale tegen PSV was in dat opzicht geen gewone avond. Niet omdat Kaplan ineens alles perfect deed. Wel omdat de wedstrijd liet zien hoe bruikbaar hij kan zijn in een topduel. NEC zette fel druk, won tweede ballen en joeg PSV uit het ritme. Kaplan paste daar goed in, juist omdat hij niet alleen verdedigt, maar ook het initiatief durft te nemen zodra de ruimte openvalt.
Dat is voor Ajax relevante informatie. De club zoekt al langer naar centrale verdedigers die links in het centrum kunnen spelen en tegelijk comfortabel zijn in de opbouw. Zeker in een ploeg die graag vooruit verdedigt en veel ruimte in de rug laat, is dat profiel schaars. Youri Baas is momenteel de aangewezen man, maar kan op veel interesse rekenen in de zomer.
Kaplan blijft daarin een speler met rafelranden. Hij is nog altijd 23, heeft geen stabiele topperiode van twee volle seizoenen achter de rug en zijn ontwikkeling is grillig geweest. Maar het lijkt er wel op dat NEC nu precies de context biedt waarin zijn sterke punten zichtbaar worden en zijn tekortkomingen minder zwaar wegen.
Transferwaarde stijgt vaak niet door hype, maar door herhaling in de Eredivisie
Dat is misschien het interessantste aan deze fase. Een speler wordt niet ineens duurder omdat één columnist enthousiast is of omdat één bekerwedstrijd opvalt. Waarde stijgt als prestaties zich opstapelen. Kaplan zit inmiddels op 25 optredens voor NEC en oogt niet als iemand die toevallig even meedraait.
Bovendien was er eerder al buitenlandse interesse. In 2025 werd gesproken over Turkse topclubs en bedragen die richting de tien miljoen gingen. Dat kwam toen niet van de grond, maar het laat wel zien dat Kaplan internationaal nog altijd een naam heeft. Als hij deze lijn doortrekt, komt dat soort belangstelling vanzelf terug.
En dan verandert ook de onderhandeling. NEC zal hem niet meer bekijken als handige bonus in een Sano-pakket. Ajax zelf trouwens ook niet. Dan wordt het opnieuw de vraag of de club hem wil terughalen, verkopen of alsnog in een constructie wil meenemen. Alleen dan wel tegen een andere prijs.
Ajax moet nu kiezen: terughalen, verkopen of spijt riskeren
Daarmee is Kaplan opeens meer dan een voetnoot in een mislukte deal. Hij dwingt Ajax tot een nieuw oordeel. Is hij nog steeds iemand die buiten de plannen valt, maar van wie je slim gebruik kunt maken op de transfermarkt? Of is hij juist een linksbenige verdediger die in Amsterdam te vroeg is afgeschreven?
Dat antwoord ligt nog niet vast. Te veel hangt af van wie Ajax straks voor de groep heeft, hoe de defensie wordt opgebouwd en welke andere spelers vertrekken of blijven. Maar de richting is wel duidelijk. Kaplan heeft zichzelf bij NEC uit de categorie “restpost” gespeeld. Dat is ergens ook pijnlijk voor Ajax. Want de club leek hem al in een formule te hebben gestopt. Tien miljoen cash, vijf miljoen Kaplan, door naar de volgende naam. Die som klopt niet meer.
Geen Spaanse golf: Cruijff kiest bij Ajax ook voor clubmensen



