Wat Ten Hag zegt over Ajax 2019 klinkt trots én pijnlijk tegelijk
Inhoudsopgave
Erik ten Hag zei het deze week in Trouw vrij rustig, maar het is zo’n zin die blijft hangen. Hij denkt dat veel spelers uit het Ajax van 2018/2019 daarna nooit meer zo lekker hebben gespeeld als in dat elftal. Als hij gelijk heeft, was Ajax 2019 voor een deel van die selectie niet alleen het begin van iets groots, maar misschien ook al het hoogtepunt.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Ajax 2019 was meer dan een verzameling goede spelers
De dubbel, de halve finale van de Champions League, het voetbal in Bernabéu, Juventus eruit, Tottenham bijna ook. Een ploeg die voelde als vrijheid, lef en vanzelfsprekendheid tegelijk. Maar Ten Hag kijkt niet alleen terug op wat dat elftal wás. Hij zegt eigenlijk ook iets over wat er daarna níét meer terugkwam.
Ten Hag noemt het zelf een uniek elftal, met nalatenschap, winnaarsmentaliteit, creativiteit, leiderschap en de mogelijkheid om in meerdere systemen te spelen. Dat klinkt groot, maar het was ook zichtbaar. Dit was geen ploeg die puur op talent dreef. Alles greep in elkaar. Frenkie de Jong die ruimtes open schoof alsof hij het spel een seconde eerder zag. Hakim Ziyech die onmogelijke passes gewoon logisch liet lijken. Dusan Tadić als volwassen spil in de aanval. Matthijs de Ligt als jonge leider. Daley Blind als rustpunt en Donny Van de Beek als loper die precies wist waar de bal ging vallen.
Sommige ploegen hebben sterren. Sommige ploegen hebben vorm. Dat Ajax had iets zeldzamers: spelers die elkaar versterkten in plaats van alleen aanvulden. Dat voel je meestal pas echt als het voorbij is.
Juist daarom klinkt Ten Hags opmerking ook hard
Want wie de carrières daarna langsloopt, snapt meteen wat hij bedoelt. Frenkie de Jong maakte zijn droomtransfer naar Barcelona en heeft daar zeker grote momenten gehad, maar speelt pas sinds de komst van Hansi Flick in een stabiele omgeving. De club was financieel onrustig, sportief grillig en zijn jaren daar voelden zelden zo licht en vanzelfsprekend als die in Amsterdam.
Matthijs de Ligt vertrok voor groot geld naar Juventus, daarna Bayern, daarna Manchester United. Overal speelde hij op niveau, maar nergens helemaal met het leiderschap en de vanzelfsprekendheid van toen. Donny van de Beek is misschien nog wel het hardste voorbeeld. Bij Ajax perfect in dat systeem, daarna vooral pech, blessures en een carrière die nooit echt opnieuw op gang kwam. Dat is geen diskwalificatie van hun keuzes. Het is eerder een ongemakkelijke waarheid over voetbal. Een transfer omhoog is niet automatisch een stap naar een betere versie van jezelf.
De woorden van Ten Hag gaan ook over timing
Ten Hag zegt niet dat ze niet hadden moeten vertrekken omdat ze het niveau niet aankonden. Hij zegt eigenlijk iets subtielers: dat het voor veel van die jongens goed was geweest om langer te blijven. Niet uit angst, maar uit ontwikkeling. Nog een jaar in een omgeving die perfect op hen aansloot. Nog een jaar in een ploeg waarin hun kwaliteiten maximaal tot hun recht kwamen.
Ajax verloor daarna niet alleen spelers, maar ook een gevoel
Zijn terugblik zegt daardoor ook iets over Ajax zelf. Want sinds 2019 is de club niet alleen kwaliteit kwijtgeraakt, maar ook samenhang. Dat elftal voelde als een geheel. De clubstructuur ook, zegt Ten Hag nu. Hij noemt zijn samenwerking met Marc Overmars en Danny Blind expliciet en zegt dat hij die eenheid later nergens meer zo heeft gevoeld.
Dat is een belangrijk detail. Want succes ontstaat zelden alleen op het veld. Bij Ajax 2019 klopte de bovenlaag ook. Er was rust, richting en onderling vertrouwen. Misschien niet perfect, maar wel sterk genoeg om een ploeg te dragen die op de grens van iets bijzonders speelde. Als Ten Hag daar nu zo op terugkomt, hoor je ook tussen de regels door wat hij later miste. En misschien hoor je ook wat Ajax sindsdien zelf is kwijtgeraakt.
Trots, ja. Maar ook een klein soort verdriet
Daarom klinkt dit verhaal dus dubbel. Natuurlijk spreekt er trots uit. Hoe kan het ook anders. Ten Hag heeft na Ajax nog bij grote clubs gewerkt, maar noemt dit nog altijd het beste team uit zijn carrière. Dat zegt alles. Alleen klinkt er ook iets anders door. Een soort besef dat niet alles wat daarna kwam automatisch beter was, ook al leek het van buitenaf wel zo. Dat sommige spelers in dat Ajax-elftal op precies het juiste moment, op precies de juiste plek zaten. En dat je zo’n samenstand van talent, vertrouwen, vrijheid en structuur niet zomaar opnieuw vindt. Misschien is dat uiteindelijk ook de echte nalatenschap van Ajax 2019.



