Ajax en de nieuwe lijn: Fred wordt te prijzig, Sano is de test
Inhoudsopgave
Ajax heeft in deze window een opvallend nieuw soort headline: geen 'Ajax wil;, maar “Ajax wil niet;. Fred is te duur, Sano is te duur, en toch klinkt er geen paniek in die zinnen. Eerder een streep. Een grens. Dat is wennen bij een club die jarenlang gewend was dat de markt wel ergens buigt als je maar lang genoeg praat.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Volgens De Telegraaf heeft Ajax de naam Fred al snel doorgestreept toen Fenerbahçe een huursom van 3,5 miljoen euro vroeg. Alleen bij een forse daling zou hij weer serieus in beeld kunnen komen. Tegelijk waagt Ajax nog een 'ultieme poging' voor Kodai Sano, maar daar wordt hetzelfde principe op geplakt: niet te veel betalen, ook niet als je hem heel graag wil.
Jordi Cruijff en de nieuwe reflex bij Ajax
Cruijff wil 'korte metten maken met te veel betalen', aldus de krant. Dat klinkt als beleid dat je op papier al had, maar in de praktijk is het pas beleid als je het ook durft te doen op het moment dat je wél pijn voelt.
Want Ajax zoekt momenteel niet naar luxe. Ajax zoekt naar oplossingen. En toch is de boodschap nu: liever een gat, dan een slechte rekensom. Dat is een koerswijziging die je pas echt ziet als er namen sneuvelen die voor de buitenwereld best logisch lijken.
Fred is zo’n naam.
Fred en de grens van 3,5 miljoen
Voetbal International meldde eerder dat Ajax de mogelijkheden onderzocht om Fred een half jaar te huren, omdat kopen niet haalbaar zou zijn met zijn contract in Istanbul. Dit is precies het type 'ervaren 6' waar clubs in een onrustige fase naar grijpen: iemand die weet hoe het spel voelt, die duels kan winnen, die een kleedkamer niet zenuwachtig maakt.
Maar dan komt de markt binnen. Fenerbahçe vraagt volgens De Telegraaf 3,5 miljoen euro huursom. En dat bedrag zegt ook iets: Turkse topclubs rekenen anders, huren is daar geen noodoplossing maar een verdienmodel. Als Ajax dan meteen een streep zet, gaat het niet alleen om Fred. Het gaat om het signaal naar de rest van de window: we zijn niet meer de club die toch wel betaalt als het spannend wordt.
NEC, Sano en het gevecht om ‘redelijk’
Bij Sano zie je dezelfde lijn, alleen met meer ruis eromheen. Ajax wil ver gaan, maar Cruijff vindt 20 miljoen euro “te gortig” en juist daarom wil hij afremmen.
En daar wringt het altijd: 'redelijk' is geen objectief woord in een transfer. Voor Ajax is het: we bouwen opnieuw, we willen geen oude reflexen. Voor NEC is het: wij bepalen de waarde van onze sleutelspeler. Voor de speler is het: timing, salaris, ambitie. Het getal wordt dan minder een prijs, meer een test van macht en geduld.
Wat Ajax nu probeert, is dat testspel winnen zonder de portemonnee open te trekken. Dat kan. Alleen: je moet ook nog iemand aantrekken.
Turkije als hoop: de Kanté-domino bij Fenerbahçe
In Turkse berichtgeving werd al genoemd dat Fenerbahçe Fred pas laat gaan als er een vervanger klaarstaat, met N'Golo Kanté als optie die de boel kan losmaken. Dat is het klassieke domino-verhaal: als daar iets gebeurt, kan hier ineens een deur opengaan.
Alleen is dat precies het soort wachten waar je als club zenuwachtig van wordt. Want je plant je eigen selectie op basis van andermans timing. En hoe langer je wacht, hoe minder alternatieven er overblijven. Ajax heeft dat eerder ook ervaren met spelers die “misschien” loskwamen en uiteindelijk niet kwamen.
Wat je wint met 'nee' zeggen en wat het je kan kosten
Deze koers kan Ajax iets teruggeven wat het de afgelopen jaren vaak kwijt was: geloofwaardigheid in onderhandelingen. Als andere clubs weten dat jij écht stopt bij een grens, gaan gesprekken op termijn sneller. Minder theater, meer zakelijkheid.
Maar er is ook een realiteit op het veld. Je kunt een prijsgrens trekken, maar je moet wel een elftal maken. Zeker op het middenveld, zeker als je met onrust speelt, en zeker als je al eerder in windows hebt gemerkt dat “geen paniek” soms toch eindigt in een half-opgeloste selectie.
Het interessante wordt daarom niet of Ajax nu gelijk heeft, maar of Ajax dit volhoudt op het moment dat de klok gaat schreeuwen. Fred is in die zin vooral het eerste publieke voorbeeld. Niet de laatste.



