Drie grote namen achter Suriname’s WK-droom
Inhoudsopgave
Suriname staat op twee wedstrijden van een plek op het WK in de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Dat is op zichzelf al bijzonder. Maar wie naar de dug-out kijkt tijdens de play-offs tegen Bolivia – en mogelijk daarna tegen Irak – ziet een verhaal dat verder reikt dan alleen sportieve hoop.
Op de bank zitten Henk ten Cate, Jimmy Floyd Hasselbaink en Winston Bogarde. Samen goed voor Ajax, Barcelona, Chelsea, Champions League-avonden en internationale toernooien. Geen toevallige verzameling assistenten. Suriname wilde ervaring. En gezag.

Henk ten Cate en de oproep uit Paramaribo
Toen Suriname zich in november verslikte in Guatemala (3-1) en directe plaatsing misliep, stapte bondscoach Stanley Menzo op. Kort daarna ging de telefoon bij Ten Cate, in zijn huis in Zuid-Spanje.
In een interview met het Algemeen Dagblad vertelde hij dat Suriname meteen een gevoelige snaar raakte. Zijn moeder is er geboren, hij groeide op in een Surinaams gezin in Amsterdam. “Als Suriname een resultaat had behaald tegen Guatemala, dan was ik gewoon als supporter naar het WK gegaan,” zei hij. “Nu voelt het als een verantwoordelijkheid.”
Ten Cate stapte niet blind in. Hij wilde weten wat de mogelijkheden waren, hoe de organisatie stond en of hij een staf kon samenstellen die op niveau was. Dat laatste bleek doorslaggevend.
“Met onder andere Jimmy Hasselbaink en Winston Bogarde heb ik geweldige assistenten,” aldus Ten Cate. Hij koos voor mannen met een verleden in de top.
Hasselbaink en Bogarde: ervaring uit Ajax en Barcelona
Jimmy Floyd Hasselbaink kent het internationale voetbal van binnenuit. Als speler in de Premier League, als international, later als trainer in Engeland. Hij weet wat druk doet met een kleedkamer.
Winston Bogarde is misschien minder zichtbaar geweest als hoofdtrainer, maar Ten Cate noemt hem een specialist. “Winston heeft zich ontwikkeld tot een geweldige autoriteit in het verdedigen,” zei hij. “Ik was onder de indruk van zijn kennis en oog voor details.”
Bogarde werkte bij Ajax, zat in de technische staf bij Oranje. Hij kent het Nederlandse opleidingsmodel, maar ook de realiteit van internationale toernooien. Dat is relevant voor een ploeg die nauwelijks samen traint.
Suriname verzamelt spelers uit Nederland, de MLS en andere competities. De voorbereiding op de play-off tegen Bolivia in Mexico is kort. Veel internationals sluiten pas laat aan. Twee echte trainingsdagen, misschien drie.
De play-offs in Mexico tegen Bolivia
De eerste horde heet Bolivia. Normaal gesproken een tegenstander die in La Paz profiteert van extreme hoogte. Dit keer wordt er gespeeld in Mexico-Stad, op neutraal terrein. Dat scheelt zuurstof. Dat scheelt gewenning.
Ten Cate gelooft heilig in de kansen. “Anders was ik er ook niet aan begonnen,” zei hij eerder. Hij weet dat Suriname inmiddels spelers heeft als Etienne Vaessen, Tjaronn Chery, Stefano Denswil en Jean-Paul Boëtius. Jongens met ervaring in Europese competities.
Toch is ervaring op papier iets anders dan leveren in een alles-of-niets-wedstrijd.
Daar komt die staf om de hoek kijken. Hasselbaink die weet hoe je een ploeg op scherp zet zonder paniek. Bogarde die de organisatie bewaakt. Ten Cate die het overzicht houdt. Het zijn geen trainers die elkaar moeten leren kennen. Ze delen een voetbalachtergrond, spreken dezelfde taal.
Suriname als serieus project
Wat hier gebeurt, voelt minder als een tijdelijke noodgreep en meer als een serieus nationaal project. De Surinaamse bond investeert in naam en netwerk. Niet alleen om Bolivia te verslaan, maar om een fundament te leggen.
Een WK-deelname zou dat proces versnellen. Spelers met dubbele nationaliteit – denk aan Danilho Doekhi of Javairo Dilrosun – kijken mee. Anderen ook. Een land dat op een WK staat, wordt aantrekkelijker. Dat is een realiteit waar iedere bond rekening mee houdt.
Ten Cate beseft dat. Hij sprak al over het “mantra” dat Suriname het WK moet halen. In Paramaribo wordt hij op straat aangesproken. “Gaan we het halen?” vragen mensen. Hij kan geen garanties geven, zei hij, maar wel beloven dat ze er alles aan doen.
Suriname heeft geen brede traditie op eindtoernooien. Het moet het hebben van overtuiging, organisatie en collectief geloof. Met drie oud-spelers uit de Europese top op de bank wordt dat geloof tastbaarder.
Of het genoeg is, weten we eind maart. Twee wedstrijden. Meer niet.



