Van Bommel remt bewust af: waarom PSV geen snelle rentree moet willen
Inhoudsopgave
Ruben van Bommel zegt het op een manier die je niet vaak hoort in topvoetbal: hij kan misschien eerder, maar hij wil het niet. Hij voelt dat hij ver is, hij staat alweer op het veld, hij kan hardlopen en zelfs weer schieten. En toch kiest hij bewust voor de rem. “Waarom zou ik dat risico nemen?” is zijn simpele redenatie, in een wereld waarin spelers normaal gesproken juist vechten voor elke minuut, elke comeback, elk moment van zichtbaarheid.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Het klinkt bijna saai. En dat is precies het punt. Revalideren ís saai. Het is strekken, buigen, herhalen, wachten. Niet één keer, maar wekenlang. Van Bommel maakt er geen heldenverhaal van en dat maakt het verhaal juist geloofwaardiger. PSV en supporters willen hem terug, maar hij kijkt verder dan de romantiek van een snelle rentree.
PSV-Ajax in september was het moment dat alles stilzette
De blessure tegen Ajax staat nog scherp op het netvlies. Van Bommel was goed begonnen bij PSV en leek in het elftal van Peter Bosz steeds meer zijn plek te pakken. Dan is er één verkeerd moment, één verstapping, en je seizoen is klaar. Kruisband. Operatie. Een proces dat je niet “even” versnelt omdat je een goeie dag hebt.
De reflex bij clubs en fans is dan bijna automatisch: wanneer is hij terug? Komt hij de play-offs nog mee? Kan hij die laatste wedstrijden nog invallen? Het is een logische behoefte aan houvast. Alleen werkt een knie niet op behoefte. Het lichaam heeft zijn eigen klok.
Van Bommel lijkt dat beter te accepteren dan de omgeving om hem heen.
“Na vijf maanden kun je misschien wel weer voetballen”
Dat zinnetje uit zijn verhaal is interessant, omdat het tegelijk hoop geeft en waarschuwt. Je kunt in maand vijf al veel dingen: lopen, schieten, gecontroleerd van richting veranderen. Op papier klinkt dat als een bijna-rentree. Maar Van Bommel zet er meteen achteraan dat het gewricht nog moet herstellen en sterker moet worden.
Dat is de fase waarin het gevaar juist groter kan voelen. Je bént alweer op het veld, dus je brein roept dat je er bijna bent. Terwijl de echte test nog moet komen: explosiviteit, duels, onverwachte bewegingen, de snelheid van wedstrijden. Het verschil tussen “kunnen” en “aankunnen”.
Hij zegt ook letterlijk dat hij geen risico’s gaat nemen. Niet omdat hij bang is, maar omdat hij de rekensom maakt: een paar minuten nu wegen niet op tegen de kans op een terugslag.
Waarom PSV geen snelle rentree moet willen
Van Bommel maakt zijn afweging bijna zakelijk. Stel dat hij in mei nog een wedstrijd kan spelen, dan zit hij tussen de zeven en acht maanden na het blessuremoment. Dat is voor sommige spelers haalbaar, zeker als ze snel herstellen. Maar PSV speelt dan geen Champions League meer, het bekertoernooi is voorbij en de competitie kan al beslist zijn. Zijn woorden: “Om dan vijf minuutjes in te vallen in de laatste twee wedstrijden? Nee hoor.”
Daar zit meer in dan nuchterheid. PSV kocht Van Bommel niet voor een symbolische invalbeurt. PSV kocht hem voor impact over seizoenen. De club heeft er dus ook belang bij dat hij niet half terugkomt, zich nog één keer forceert en vervolgens weer maanden verliest.
En los van het geld: een speler die te vroeg terugkeert, neemt vaak onbewust een beschermingsmechanisme mee het veld op. Je gaat net iets minder vol in een duel. Je twijfelt net een fractie bij een sprint. Dat kan blessures elders opleveren. Het voetballichaam compenseert.
De mentale kant: jezelf oprichten als je nergens zin in hebt
Van Bommel vertelt ook iets dat je zelden zo eerlijk leest. In het begin had hij “niet overal zin in”. Logisch. Het is een klap als je seizoen wegvalt, zeker als je net het gevoel had dat je loskwam. Maar revalidatie vraagt precies het soort discipline dat je niet altijd in adrenaline kunt vinden.
Het is geen trainingsweek naar een topper toe. Het is maandenlang een routine zonder publiek en zonder beloning op zaterdagavond. In die periode win je geen wedstrijden. Je wint kleine stapjes. Hij beschrijft het letterlijk: elke week weer een sprongetje, kleine stapjes.
Dat is de fase waarin spelers vaak het meeste hulp nodig hebben, maar het minst zichtbaar zijn. Van Bommel benoemt het zonder zielig te doen. Dat maakt hem menselijk, en het maakt ook duidelijk waarom hij nu zo streng is: hij wil niet terug naar het begin.
Wat betekent dit voor Bosz en PSV’s planning?
Voor PSV is dit eigenlijk goed nieuws, ook al klinkt het alsof het langer duurt. Een speler die zelf de rem erop zet, is makkelijker te beschermen. De club hoeft niet de boeman te zijn die hem tegenhoudt. Dit is iemand die zijn eigen carrière prioriteert en daardoor indirect de club helpt.
Het betekent ook dat PSV zijn planning helder kan maken. Geen schijnhoop richting het einde van het seizoen, geen “misschien haalt hij het nog”. Gewoon: bouwen richting de voorbereiding, richting een echte start van volgend seizoen.
Dat geeft ruimte om keuzes te maken op de vleugels, om minuten te verdelen, en om de revalidatie niet als een aftelkalender te behandelen.
De verleiding blijft: één goeie training en iedereen gaat weer dromen
Toch gaat dit verhaal niet vanzelf rustig blijven. Zodra Van Bommel ergens op een trainingsveld verschijnt, zodra er beelden zijn van een schot of een sprintje, begint het weer. Fans willen tekenen zien. Media willen updates. En het voetbal brein wil het liefst een datum.
Maar Van Bommel lijkt zich ertegen te wapenen door het simpel te houden. Proces. Tijd. Geen risico. Het klinkt bijna als saaiheid als superkracht. En misschien is dat het wel.
Als PSV straks een fitte Van Bommel terugkrijgt die niet alleen hersteld is, maar ook geleerd heeft wat geduld is, dan kan dit achteraf een winst worden die je nu nog niet ziet. Alleen: dat moet je wel durven laten gebeuren.



