Jordi Cruijff ziet bij Ajax meteen hoe groot de verbouwing is
Inhoudsopgave
Soms zegt één wedstrijd meer over een club dan een hele reeks interne plannen, presentaties en goede voornemens. Dat lijkt bij Ajax nu ook zo te zijn. De 1-1 in De Kuip was op papier een uitslag waarmee je nog alle kanten op kunt in de analyse, maar onder dat resultaat lag een ander verhaal. Volgens clubwatcher Johan Inan zagen Oscar García en Jordi Cruijff met lede ogen aan hoe Ajax binnen een paar dagen van een ideaalbeeld naar een veel grimmiger werkelijkheid schoot: van totaalvoetbal naar reactievoetbal.
(Tekst gaat verder na de afbeelding)

Dat is een zin die blijft hangen, omdat hij zo scherp samenvat waar Ajax op dit moment lijkt te staan. De club praat graag over hoe het wil spelen, over herkenbaarheid, over initiatief en over voetbal dat past bij de naam Ajax. Alleen liet de Klassieker vooral zien hoe ver die ploeg daar nog van verwijderd is. En juist voor Jordi Cruijff maakt dat zijn start meteen veel zwaarder dan alleen het beoordelen van een selectie of het voorbereiden van een transferzomer.
De Kuip gaf Jordi Cruijff bij Ajax meteen een harde realitycheck
Voor een nieuwe technische man is de eerste fase vaak bedoeld om te observeren. Kijken wat er al is, welke spelers passen, waar de grootste gaten zitten en wat er in de praktijk gebeurt als de druk stijgt. In dat opzicht kreeg Cruijff in De Kuip direct een vrij complete inkijk.
Ajax kwam daar niet over als een ploeg die een wedstrijd naar zich toe trok. Ook niet als een ploeg die stevig genoeg in een eigen idee bleef geloven toen het spannend werd. Het beeld was eerder dat van een elftal dat terugviel, meters verloor en steeds minder grip kreeg op wat het zelf met de bal wilde. Dan wordt een topper geen meetmoment meer voor progressie, maar een confrontatie met de vraag hoeveel fundament er eigenlijk al ligt.
Dat is voor Cruijff relevant, omdat hij niet alleen moet kijken naar losse namen. Hij moet vooral bepalen of deze selectie de basis kan zijn van een volgend Ajax, of dat hij met een veel grotere verbouwing te maken heeft dan vooraf misschien werd gehoopt. De Klassieker wees voorlopig vooral in die tweede richting.
Waarom het spel van Ajax verder afstond van het clubidee
Het opvallende aan de analyse van Inan is dat hij het niet houdt bij een algemene indruk, maar ook twee spelers eruit pakt die in het hart van het elftal iets zouden moeten dragen. Davy Klaassen verstuurde in negentig minuten achttien passes, waarvan er twaalf aankwamen. Wout Weghorst kwam in 55 minuten achttien keer aan de bal, gaf twaalf passes en zag er daar maar drie goed gaan.
Dat zijn cijfers die niet alleen iets zeggen over hun individuele avond. Ze vertellen vooral hoe weinig controle Ajax op bepaalde momenten had in het centrum van de wedstrijd. Als je meest vooruitgeschoven middenvelder en je spits zo beperkt in het spel voorkomen, dan wordt het erg lastig om ritme te maken, druk naar voren te houden of tegenstanders echt vast te zetten.
En juist daar wringt het met het clubidee. Ajax kan best eens slecht spelen, dat gebeurt elke generatie. Maar wanneer het elftal nauwelijks in staat lijkt om zichzelf aan de bal te herkennen, wordt het probleem groter. Dan gaat het niet meer over vorm, maar over de vraag of de spelersgroep in deze samenstelling überhaupt dicht genoeg bij het gewenste spel kan komen.
Oscar García en de vraag hoeveel tijd Ajax eigenlijk nog heeft
Ook voor Oscar García is dit geen onbelangrijk moment. Trainers worden bij Ajax bijna altijd beoordeeld op twee lijnen tegelijk: resultaat en stijl. Alleen is het in de praktijk vaak de stijl die bepaalt hoeveel krediet een trainer nog krijgt wanneer de resultaten even schommelen. Zodra het voetbal herkenbaar is, leeft het idee dat je ergens naartoe werkt. Zodra dat wegvalt, wordt elk gelijkspel of verlies veel zwaarder.
In De Kuip zag dat herkenbare voetbal er volgens betrokkenen nauwelijks uit. García wilde naar totaalvoetbal toe, maar trof in de Klassieker een ploeg die vooral reageerde op wat Feyenoord deed. Dat hoeft niet per se te betekenen dat zijn plan niet werkt. Het kan ook betekenen dat de selectie op dit moment te weinig geschikte schakels heeft om dat plan onder druk vol te houden.
Maar dat onderscheid is voor de buitenwereld vaak lastig te maken. En binnen een club als Ajax al helemaal. Daar wordt snel gekeken naar de optelsom: wie staat er, wat is het idee, en waarom zie je het nog zo weinig terug?
De transferzomer van Ajax lijkt groter te worden dan alleen versterkingen halen
Daarmee komt automatisch de blik op komende zomer. Want als Cruijff in korte tijd ziet dat Ajax in grote wedstrijden zó ver van het gewenste profiel afstaat, dan gaat het niet meer alleen om één linksback, een extra middenvelder of wat breedte voorin. Dan gaat het om de samenstelling van de ploeg als geheel.
Welke spelers kunnen een dominanter Ajax dragen? Wie heeft het tempo, de handelingssnelheid en de balvastheid die nodig zijn om niet bij de eerste serieuze weerstand terug te vallen? En misschien nog belangrijker: van welke spelers weet je inmiddels dat zij in een ander type wedstrijd best bruikbaar kunnen zijn, maar niet in het voetbal dat Ajax structureel wil laten zien?
Dat zijn harde vragen. Toch lijken ze na de Klassieker onvermijdelijker dan een paar weken geleden. Een losse observatie: dit soort wedstrijden maken selecties vaak eerlijker zichtbaar dan wedstrijden tegen kleinere tegenstanders. Omdat alles sneller gaat. Omdat er minder tijd is om je te verstoppen in balbezit. Omdat tekortkomingen dan niet meer netjes weggewerkt worden.
Wat Jordi Cruijff nu vooral geleerd zal hebben van Ajax in De Kuip
De grootste les voor Cruijff is waarschijnlijk dat hij bij Ajax niet begint aan finetuning, maar aan herstelwerk. Dat klinkt zwaar, maar het hoeft niet meteen dramatisch te zijn. Clubs kunnen snel bewegen als de analyse helder is en de keuzes consequent zijn. Alleen moet die helderheid er dan wel echt zijn.
De Klassieker heeft daar in elk geval iets aan toegevoegd. Niet omdat één wedstrijd alles bepaalt, maar omdat juist in dit soort duels zichtbaar wordt hoe een ploeg reageert wanneer de spanning oploopt en het niveau omhoog moet. Ajax liet toen vooral zien hoeveel afstand er nog zit tussen het verhaal van de club en het spel op het veld.
Voor Cruijff is dat vervelend, maar ook verhelderend. Hij weet nu sneller waar hij naar kijkt. Naar een elftal dat nog lang niet af is. Naar een selectie waarin het gewenste voetbal nog niet vanzelfsprekend uit de samenstelling rolt. En naar een club waar komende zomer waarschijnlijk meer nodig is dan wat cosmetische ingrepen.
Dat besef is pijnlijk, zeker bij Ajax. Maar het is ook het echte beginpunt van zijn werk.
Waarom Brian Brobbey in Engeland ineens veel completer oogt dan bij Ajax



