Nederlandse spelers houden Europa levend nadat de clubs zijn afgehaakt
Inhoudsopgave
Het Europese seizoen is voor Nederlandse clubs al opvallend vroeg tot stilstand gekomen. PSV, Ajax, Feyenoord, FC Utrecht en Go Ahead Eagles zijn eind januari al uitgeschakeld. Alleen AZ is er nog bij en doet dat niet eens vanuit een luxe positie, maar via de tussenronde van de Conference League. Tegelijkertijd duiken Nederlandse spelers overal in Europa nog op. Dat contrast is inmiddels geen incident meer, maar begint op een patroon te lijken.

Zelfs Louis van Gaal heeft geen verklaring voor de Europese terugval.
De Conference League als laatste houvast
AZ eindigde na zes groepsduels met tien punten op de veertiende plaats en moet daardoor in februari aantreden tegen FC Noah, de huidige nummer vijf van Armenië. De heenwedstrijd wordt gespeeld in Yerevan, de return een week later in Alkmaar. Het is tekenend: Nederlandse clubhoop in Europa begint niet meer vanzelfsprekend in de Champions League of Europa League, maar steeds vaker op het derde niveau.
Naast AZ zijn er in de Conference League nog meer Nederlandse spelers actief. Emmanuel Emegha bereikte met Strasbourg al eerder de achtste finales, net als Jozhua Vertrouwd met Rayo Vallecano. In de tussenronde zien we Carel Eiting bij Omonoia Nicosia, Rick van Drongelen en Elayis Tavsan bij Samsunspor. Het zijn geen namen die het Europese affiche bepalen, maar ze houden Nederland wel zichtbaar op de kaart.
Champions League: breedte, geen centrum
In de Champions League is de Nederlandse aanwezigheid omvangrijk, maar versnipperd. Jurriën Timber speelt bij Arsenal, terwijl Arne Slot als trainer en Virgil van Dijk, Ryan Gravenberch en Cody Gakpo namens Liverpool actief zijn. Verder bereikten Micky van de Ven en Xavi Simons met Tottenham Hotspur de bovenste acht, net als Frenkie de Jong bij FC Barcelona en Jorrel Hato bij Chelsea. Nathan Aké en Tijjani Reijnders vertegenwoordigen Nederland bij Manchester City.
Daarachter volgt een grote groep Nederlanders die zich via de tussenronde moet proberen te plaatsen. Stefan de Vrij en Denzel Dumfries doen dat met Inter, Sven Botman met Newcastle United, Teun Koopmeiners met Juventus, Marten de Roon met Atalanta, Mark Flekken en Ernest Poku met Bayer Leverkusen. Ook Dani van den Heuvel, Bjorn Meijer en Ludovit Reis bij Club Brugge, Noa Lang bij Galatasaray, Jordan Teze bij AS Monaco en Sidny Lopes Cabral bij Benfica zijn nog actief. Het aantal is groot, maar de centrale rollen liggen vooral bij buitenlandse clubs.
Europa League: doorstromen, niet domineren
Ook in de Europa League blijft Nederland zichtbaar via individuele spelers. Ruben Kluivert staat onder contract bij Olympique Lyon. Marco Bizot, Ian Maatsen en Lamare Bogarde spelen bij Aston Villa. Pablo Rosario en de langdurig geblesseerde Luuk de Jong komen uit voor FC Porto, terwijl Donyell Malen door Aston Villa is verhuurd aan AS Roma. Zij zijn al zeker van de achtste finales.
In de tussenronde volgen Thijs Dallinga met Bologna, Ramon Hendriks bij VfB Stuttgart, Jay Enem bij Rode Ster Belgrado, Calvin Verdonk bij Lille OSC, Jayden Oosterwolde bij Fenerbahçe en Sergio Padt bij Ludogorets. Opnieuw een brede vertegenwoordiging, maar verspreid over uiteenlopende rollen en verwachtingen.
Wat dit zegt over Nederland in Europa
Het beeld dat ontstaat is niet per se somber, maar wel verschoven. Nederlandse clubs verdwijnen vroeg uit beeld, terwijl Nederlandse spelers blijven meedraaien in buitenlandse systemen: Hoe Nederland het tweede CL-ticket kwijtraakte. De Conference League fungeert daarbij steeds vaker als vangnet: voor clubs als AZ, maar ook voor spelers die buiten de traditionele topcompetities actief zijn.
Dat roept vragen op over structurele kracht. Niet zozeer over talentontwikkeling — die levert zichtbaar nog altijd spelers af — maar over de mate waarin Nederlandse clubs dat talent lang genoeg vasthouden om Europees verschil te maken. Voorlopig ligt de Europese hoop lager op de ladder. En zolang dat zo blijft, is de Conference League minder bijzaak dan hoofdzaak.



