De ‘beste speler van Europa’ speelt voor Oranje, alleen nog niet als dé man voorin
Inhoudsopgave
In Italië slaan ze op dit moment door in hun bewondering voor Donyell Malen. Corriere dello Sport schreef na zijn late heldenrol tegen Parma dat niemand in Europa beter is dan hij. Dat is natuurlijk krantenkoptaal. Maar achter die overdrijving zit wel iets serieus. Malen is bij AS Roma sinds eind januari geen leuke opleving meer, maar gewoon een van de productiefste aanvallers van dit moment. Juist daarom wringt het dat hij in Nederland nog altijd niet voelt als dé spits van Oranje.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

In Rome is Malen geen optie meer, maar het eindpunt
Dat verschil voel je meteen als je naar zijn cijfers en status kijkt. In de Serie A staat hij volgens FotMob nu op 13 goals en 2 assists in 16 wedstrijden, allemaal als basisspeler. In 1.311 minuten komt hij uit op 0,89 doelpunt per 90 minuten, bij een xG van 0,80 per 90. Hij schiet 4,46 keer per 90, raakt bijna 2 keer per wedstrijd het doel en heeft 8,17 balcontacten per 90 in de zestien van de tegenstander.
Dat zijn spitsencijfers. Geen vleugelcijfers, geen “aanvallende impulsen”, geen multifunctioneel-profiel-verhaal. Gewoon een speler die dicht op de goal leeft, veel schiet en op een hoog tempo scoort. Zijn totaal van 13 Serie A-goals sinds zijn winterkomst is ook niet alleen een leuke vormpiek. Het is de kern van Roma’s Champions League-jacht geworden. Tegen Parma opende hij de score en schoot hij in minuut 101 ook nog de winnende penalty binnen. In Rome is dat geen bijrol meer. Daar draait het spel voorin inmiddels zichtbaar om hem.
Zijn Italiaanse hype is overdreven, zijn vorm zelf veel minder
Je hoeft niet mee in die Italiaanse hysterie om te zien dat Malen daar echt iets bijzonders doet. Niemand in Europa beter? Natuurlijk niet letterlijk. Maar dat hij sinds zijn wintertransfer qua productie in de top van Europa zit, is een stuk minder hysterisch dan het klinkt.
Corriere dello Sport had het over “herhaalde rushes”, “krachtige schoten” en “onmenselijke kalmte” bij die late penalty. Dat zijn grote woorden, maar er zit ook data onder. Zijn schotvolume is hoog, zijn xG op doel per 90 ligt op 0,84 en hij zit bijna perfect op zijn kansen. Dat is geen toevalstreffer van een paar weken. Dat is een speler die in zijn rol, in dat systeem, volledig los is.
Daar komt nog iets bij. Malen lijkt bij Roma eindelijk op de plek te spelen waar zijn profiel het zuiverst naar voren komt. Niet te ver van de goal, niet weggedrukt in een te brede rol, maar dicht genoeg bij de zestien om constant gevaarlijk te zijn. Roma gebruikt hem als afmaker, niet als puzzelstuk. Dat verschil zie je.
Bij Oranje hangt nog altijd het gevoel dat hij vooral inzetbaar is
En dan kom je automatisch bij Nederland uit. Want daar voelt Malen nog steeds anders. Niet als spits die je zonder discussie opschrijft, maar als speler die op meerdere plekken kan spelen. Rechtsvoor als het moet, in de spits als alternatief, soms in een andere rol als de puzzel daarom vraagt.
Dat is ergens begrijpelijk. Malen heeft in Oranje nooit volledig de status opgebouwd van een speler om wie alles draait. Memphis was dat wel. Zelfs in slechtere vorm of met fysieke vraagtekens bleef hij de naam waar het gesprek naartoe bewoog. En achter hem schoof de discussie vaak door naar anderen: Brian Brobbey, Joshua Zirkzee, Emmanuel Emegha, afhankelijk van vorm en beschikbaarheid.
Malen zat daar meestal tussenin. Altijd bruikbaar, zelden volledig vast. Alleen begint dat inmiddels te wringen. Want hoe lang kun je een speler die in een topcompetitie alles kapot schiet nog als tussenoplossing blijven behandelen?
De spitsenstrijd van Oranje is opener dan hij klinkt
Dat heeft ook met de rest te maken. Memphis blijft een vraagteken zolang zijn fitheid onzeker is. Zirkzee overtuigt niet structureel. Brobbey heeft kwaliteiten, maar nog altijd geen onbetwiste grip op die rol in Oranje. Andere opties zijn óf geblesseerd, óf minder ver in hun ontwikkeling, óf nog niet op dit productieniveau.
En precies daar schuift Malen naar voren. Niet alleen omdat hij scoort, maar omdat hij dat nu doet in een rol die veel dichter tegen de internationale spitsfunctie aanligt dan in sommige eerdere fases van zijn carrière. Zijn Serie A-cijfers laten geen speler zien die toevallig hot is, maar iemand die zichzelf echt als centrale afmaker heeft neergezet. Dat maakt het raar dat hij in Oranje nog altijd niet volledig zo gelezen wordt. Alsof Nederland nog naar de oude Malen kijkt, terwijl Italië inmiddels met de nieuwe bezig is.
Misschien heeft Oranje al een spits in topvorm, maar nog geen besluit genomen
Dat is uiteindelijk de interessantste conclusie. Oranje hoeft niet per se wanhopig te zoeken naar een spits als Malen dit niveau vasthoudt. Het grotere probleem is misschien eerder dat Nederland nog niet helemaal durft te erkennen wat hij op dit moment is. Bij Roma is dat allang geen discussie meer. Daar is hij de man die wedstrijden beslist, strafschoppen opeist en de Champions League-droom levend houdt. Daar heeft hij geen bijrol meer, geen asterisk, geen “ook nog inzetbaar op rechts”. Daar is hij gewoon de spits in vorm.
En bij Oranje? Daar voelt hij nog steeds als optie. Dat kan nog veranderen. Zeker richting een WK, waar vorm zwaarder kan gaan wegen dan reputatie. Maar die omslag moet dan wel echt gemaakt worden. Want als een speler in een topcompetitie 13 keer scoort in 16 wedstrijden, 0,89 goal per 90 noteert en in Italië wordt behandeld als de grote redder, dan wordt het op een gegeven moment vreemd om hem in Nederland nog vooral als handige mogelijkheid te blijven zien. De woorden uit Italië zijn misschien te groot, maar de vraag voor Oranje is inmiddels heel concreet: hoeveel meer moet Malen nog doen om niet alleen mee te doen, maar ook gewoon dé man voorin te worden?



